"Wie in de Zoon gelooft heeft het eeuwige leven."



De Toekomst

Wie in Jezus, de Zoon van God, gelooft, heeft het eeuwige leven. Dat nieuwe leven begint hier al maar strekt zich uit tot over de dood. Wat God heeft voorbereid voor degenen die bij Hem horen, gaat al onze menselijke voorstellingsvermogen te boven.

Wie in Jezus gelooft mag weten dat hij of zij verlost is van de zonde en dus ook van de straf op de zonde. Het is weer volledig goed tussen God en de gelovige. God ziet de gelovige alsof hij geen zonde had gedacht en gedaan. Als een zondeloze.
 

Een kind van God

Daarom, omdat er geen zonde meer is die de oorzaak was van de scheiding, kan de mens leven in een relatie met God. Hij of zij wordt 'Gods kind', door God aangenomen. De gelovige heeft een Vader in de hemel die beter voor hem of haar wil zorgen dan een (goede) aardse vader. Dat is wel het eerste heerlijke feit aan de de toekomst van de gelovige. God in de hemel is niet meer vertoornd over de zonde maar is door Jezus Christus mijn hemelse Vader geworden. De God die hemel en aarde gemaakt heeft, zorgt voor mij in voor- en tegenspoed. Dat is een geweldig heerlijke wetenschap en geeft diepe rust. Als God bij mij is, voor wie zou ik dan nog bang zijn?! (Psalm 118:6)
 

Hoop

Het leven met God is voor de gelovige niet beperkt tot het leven op deze aarde, maar strekt zich uit tot over de dood. De ongelovige ziet in de dood geen hoop. Voor hem of haar houdt het leven op en daarmee klaar. Wat heeft dat een leegte in zich! Wat is de dood dan rauw en wreed. De christen heeft echter hoop. Hoop op het leven na dit leven. God zal allen die op Jezus hebben vertrouwd tot Zich nemen in de hemel. En eenmaal zal God een nieuwe aarde scheppen waarop geen rouw en verdriet meer zal zijn. Gods kinderen mogen dan in volmaaktheid God voor eeuwig dienen.